Isolatieglas

Isolerende beglazing wordt toegepast in kozijnen, ramen en deuren van gebouwen voor een betere warmte- en geluidsisolatie.

Isolatieglas

Isolerende beglazing bestaat uit minimaal twee glasbladen die op een bepaalde afstand van elkaar luchtdicht met elkaar zijn verbonden. Hierdoor ontstaat een isolerende ruimte (de spouw). De spouw wordt gevuld met droge lucht of een gas. Isolerende beglazing wordt toegepast in kozijnen, ramen en deuren van gebouwen voor een betere warmte- en geluidsisolatie. Daarbij is isolerende beglazing beter inbraakwerend dan enkele beglazing.

De opbouw van isolerende beglazing wordt als volgt omschreven: buitenblad - spouw - binnenblad. Een benaming van 5-15-4 betekend dan een buitenblad van 5 mm dikte, een spouw van 15 mm en een binnenblad van 4 mm dikte. Bij beglazing waarbij het binnenblad en het buitenblad van gelijke dikte zijn (bijvoorbeeld 4-15-4) kan interfentie optreden. Dit uit zich in een 'wiebelig' beeld en eventueel 'dubbel zien'. Het is daarom aan te bevelen om te kiezen voor een ongelijke samenstelling (bijvoorbeeld 5-15-4).

Om stralingswarmte tegen te houden, wordt het glas steeds vaker van een dun metaallaagje voorzien. Dit type beglazing heet HR-glas. Het laagje metaal is zo dun dat het nauwelijks waarneembaar is en het laat het zichtbare licht voor het grootste deel door. Hoe effectiever dit metaallaagje werkt, hoe beter de isolatiewaarde. De verschillen in warmte-isolatie worden bovendien bereikt doordat verschillende spouwbreedten al dan niet in combinatie met een andere spouwvulling dan lucht, bijvoorbeeld Argon of Krypton toegepast worden. Om het verschil in werking aan te duiden wordt het HR, HR+ of HR++ glas genoemd.

De positie van de coating op de isolerende beglazing wordt aangeduid met een *. Bij een opbouw van 5-15-4* is de coating op het binnenblad van 4 mm aangebracht. De coating wordt aan de spouwzijde aangebracht.

Het is mogelijk om te controleren of er een coating op het glas is aangebracht. Je kan dit doen met specialistische apparatuur zoals een optische coatingmeter, maar het kan ook eenvoudig. Door simpel een vlammetje bij de ruit te houden wordt de weerspiegeling van vier vlammetjes duidelijk. Elke zijde van beide glasbladen weerspiegelt namelijk het vlammetje. Van de vier weerspiegelde vlammetjes moet één van de vlammetjes een afwijkende kleur hebben. Dit duidt op de aanwezigheid van een coating. Echter de aanwezigheid van een coating zegt helaas nog niet of de isolatiewaarde van het isolerend dubbelglas daadwerkelijk overeen komt met die van HR++ beglazing.

Wijziging HR-classificatie

Voor 1 juli 2008 was er nog geen verwarring over het clasificeren van isolatieglas. Iedere producent van isolerende beglazing hanteerde dezelfde regels voor de classificatie HR, HR+ en HR++. Per 1 juli 2008 is de HR-classificatie gewijzigd voor producenten die leveren met een KOMO-keur. Vanaf deze datum wordt ingedeeld op basis van de daadwerkelijk behaalde isolatiewaarde van de desbetreffende ruit. De isolatiewaarde wordt uitgedrukt in de U-waarde. De U-waarde (eenheid: W/m2K) geeft aan hoeveel warmte er per vierkante meter en per graad temperatuurverschil tussen beide zijden wordt doorgelaten. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie.

Nu kan er een discussie ontstaan over het wel of niet ontvangen van HR++ beglazing. Niet iedere producent werkt volgens het KOMO-keur waardoor er verschillen zijn onstaan in de toepassing van de HR benamingen (deze producenten hoeven immers niet te voldoen aan de nieuwe HR-classificatie). Wij zullen dit onderstaand proberen te verduidelijken.
De classificatie HR++ geldt sinds 1 juli 2008 alleen nog voor beglazing met een spouw van 15 mm. In bepaalde gevallen, zoals bij houten deuren en ramen, is het vaak niet mogelijk om een spouw van 15 mm (HR++) toe te passen. Er is simpelweg geen ruimte in het kozijn voor een 24 mm dikke isolerende beglazing. Om toch isolerende beglazing toe te kunnen passen wordt vaak gekozen voor een dunnere spouw van 9-12 mm. Door het toepassen van een dunnere spouw verandert de isolatiewaarde een fractie waardoor de beglazing niet meer voldoet aan de HR++ classificatie en als HR+ aangeduid wordt. Om het voor de klant overzichtelijk te houden blijven wij deze beglazing met een spouw als HR++ aanduiden. De opbouw (m.u.v. de spouwdiepte), coating en spouwvulling blijven immers gelijk. Een andere, vrij ingrijpende, mogelijkheid is het schoonzagen van de sponning en aan beide zijden een nieuwe glaslat te plaatsen waardoor bredere beglazing kan worden toegepast.

HR-classificatie in cijfers:

HR-
klasse Isolatiewaarde / U-waarde LTA ZTA
Spouwbreedte
HR beglazing

HR 1,6 W/m2K ≤ U-waarde ≤ 2,0 W/m2K ≥ 70% ≤ 7 mm
HR+ 1,2 W/m2K ≤ U-waarde ≤ 1,6 W/m2K ≥ 70% 9, 12 mm
HR++ U-waarde ≤ 1,2 W/m2K ≥ 70% ≥ 13 mm
ZHR++ U-waarde ≤ 1,2 W/m2K ≥ 60% ≤ 40% ≥ 13 mm