De slaapkamer is vaak de kamer waar we het minst over nadenken. De woonkamer krijgt een nieuwe bank, en in de slaapkamer belanden het wasrek en de doos die nog naar zolder moet.
Zonde, want je brengt er ongeveer een derde van je leven door. Wie de slaapkamer bewust inricht, merkt vaak dat het 's avonds makkelijker wordt om tot rust te komen. Met een paar doordachte keuzes, van bed en hoofdkussen tot licht en temperatuur, maak je er een plek die echt bedoeld is om te slapen.
De eerste stap kost niets: bepaal wat de slaapkamer wel en niet is. Een bureau met een laptop erop, een stapel ongevouwen was of een hometrainer in de hoek herinneren je aan alles wat nog moet. Geef zulke spullen waar mogelijk elders een plek. Woon je klein, zet er dan een kamerscherm of gordijn voor. Uit het zicht helpt al.
Op het nachtkastje zijn een lamp, een boek en een glas water genoeg. Hoe minder er ligt, hoe rustiger het oogt.
Een goed bed hoeft niet duur te zijn, maar moet wel bij je passen. Let bij een matras op de stevigheid in combinatie met je lichaamsgewicht en slaaphouding. Wie op de zij slaapt, heeft vaak baat bij een matras dat bij de schouders en heupen iets meegeeft. Rugslapers zoeken meestal wat meer stevigheid, zodat de onderrug niet doorzakt.
Proefliggen blijft de beste manier om te kiezen. Ga in je gebruikelijke houding liggen en blijf minstens tien minuten. Slaap je met z'n tweeën, ga dan samen. Vergeet de bodem niet: een uitgezakte lattenbodem doet een nieuw matras tekort.
Het hoofdkussen wordt bij het inrichten vaak vergeten, terwijl juist het kussen bepaalt hoe je hoofd en nek de hele nacht liggen. Het uitgangspunt is eenvoudig: je nek hoort ongeveer in het verlengde van je ruggengraat te liggen. Ligt je hoofd te hoog of zakt het te ver weg, dan staat je nek urenlang in een hoek.
De juiste hoogte hangt vooral af van hoe je slaapt:
Ook het materiaal maakt uit. Dons en veren voelen zacht en luchtig, maar zakken in de loop van de nacht in en moeten regelmatig worden opgeschud. Synthetische vullingen zijn vaak goed wasbaar, al verschilt de steun per kwaliteit. Latex is veerkrachtig en houdt zijn vorm, traagschuim (memory foam) vormt zich langzaam naar je hoofd en nek en blijft daarna op zijn plek liggen. Veel ergonomische kussens hebben bovendien een welving of uitsparing voor de nek. Wie wil weten hoe zo'n orthopedisch kussen verschilt van een gewoon hoofdkussen, vindt per slaaphouding uitleg over hoogte en vorm.
Reken bij een ander type kussen op een paar nachten wennen. Word je regelmatig wakker met een stijve nek of houden klachten aan, ook na een ander kussen? Laat het dan bekijken door je huisarts of een fysiotherapeut. Een kussen is een comfortkeuze, geen behandeling.
Licht bepaalt mede hoe wakker of slaperig je je voelt. Overdag mag de slaapkamer licht zijn, 's nachts juist zo donker mogelijk. Verduisterende gordijnen of een rolgordijn achter je gewone gordijnen houden straatverlichting en vroege zomerzon buiten. Let ook op de kieren aan de zijkant: een gordijnrail die rond de hoek doorloopt of een paar centimeter extra stof aan beide kanten maakt veel verschil.
Kies voor de avond warm, gedimd licht. Een leeslampje met een warme lichtkleur (rond 2700 Kelvin) is prettiger dan een felle plafondlamp. En de kleine lampjes die we vaak vergeten, zoals het standby-lichtje van een tv of de oplader die blauw knippert, kun je afplakken of uit de kamer halen.
In een koele slaapkamer slapen de meeste mensen prettiger dan in een warme. Vaak wordt een temperatuur rond de 16 tot 18 graden aangehouden, maar wat comfortabel voelt verschilt per persoon. Zet de verwarming in de slaapkamer laag of uit en zorg dat er frisse lucht binnenkomt, bijvoorbeeld via een raam op een kier of een ventilatierooster.
Stem je dekbed af op het seizoen. Een vierseizoenendekbed, met een zomer- en tussendeel die je los of samen gebruikt, is praktisch. Beddengoed van katoen of linnen voelt in warme nachten aangenamer dan synthetische stof.
Geluid is niet altijd te vermijden, zeker niet in de stad. Zachte materialen laten de kamer stiller klinken: een vloerkleed naast het bed, zware gordijnen, een gestoffeerd hoofdbord. Woon je aan een drukke straat, dan kan het slim zijn om de slaapkamer aan de achterkant van het huis te kiezen.
Voor de ogen geldt hetzelfde principe. Rustige, gedempte kleuren op de muren, zoals zacht groen, grijsblauw of een warme zandtint, voelen voor veel mensen kalmer dan felle kleuren. Een paar persoonlijke dingen maken de kamer gezellig, te veel maakt hem druk.
Een slaapkamer die uitnodigt om te slapen, ontstaat niet in één weekend. Begin met wat het makkelijkst is: ruim de spullen op die er niet thuishoren, doe de lampjes uit en draai de verwarming lager. Kijk daarna kritisch naar je bed en je hoofdkussen. Passen ze nog bij hoe je slaapt? Stap voor stap maak je van de slaapkamer weer wat hij hoort te zijn: een plek waar je 's avonds graag naartoe gaat.