Je tilt het deksel van de gft-bak op en ziet meteen beweging langs de rand. Kleine witte wormpjes die zich door het tuinafval kronkelen, precies op het moment dat je een volle emmer wilt legen.
Vervelend, maar niet vreemd, want de omstandigheden in en rond je container zijn de laatste jaren flink veranderd. Wie begrijpt waarom maden tegenwoordig zo snel opduiken, houdt ze ook een stuk makkelijker buiten de deur.
Een made begint als eitje van een bromvlieg of vleesvlieg. Zo'n vlieg ruikt rottend organisch materiaal op tientallen meters afstand en legt in één keer honderd tot honderdvijftig eitjes op een plek waar de larven direct kunnen eten. Bij een temperatuur rond de vijfentwintig graden komen die eitjes binnen acht tot vierentwintig uur uit. Staat je kliko in de volle zon, dan loopt het binnenin makkelijk op naar veertig graden en gaat het nog harder.
Daar komt bij dat afval tegenwoordig veel langer bij je thuis blijft staan. Veel gemeenten halen gft nog maar eens per twee weken op en in sommige regio's schuift dat in de zomer op naar drie weken. Tegelijk scheiden we steeds netter, waardoor etensresten die vroeger in de restafvalzak verdwenen nu apart in de groene bak liggen te broeien. Die combinatie van meer organisch materiaal, hogere temperaturen en langere ophaalrondes verklaart waarom je vroeger nauwelijks maden zag en nu bijna elke zomer.
Ook de bak zelf speelt mee. In de groeven onder de rand en in de naden van het deksel blijft een dun laagje aanslag achter dat je met een tuinslang niet weg krijgt. Die restjes geuren jaar na jaar door en werken als een uitnodiging voor de eerste vlieg van het seizoen.
De grootste winst zit in wat je erin gooit en hoe je het verpakt. Vlees, vis en zuivel zijn veruit de sterkste geurbronnen, dus wikkel die resten in een krant of bewaar ze in de vriezer tot de ochtend van de ophaaldag. Een laag oude kranten of karton onderin de bak vangt vocht op, want een droge bodem is voor een larve een slechte plek om te overleven. Giet nooit water in je container om hem uit te spoelen, omdat je daarmee juist de vochtige broedplaats creëert waar vliegen op afkomen.
Een paar kleine ingrepen aan de buitenkant helpen net zo goed. Zet je kliko in de schaduw of tegen een noordmuur, want tien graden verschil halveert de snelheid waarmee eitjes uitkomen. Controleer of het deksel echt sluit en of er geen afval tussen klemt, aangezien een kier van een centimeter al genoeg is. Een scheutje azijn of een handje zout over het afval maakt de omgeving zuur genoeg om de boel af te remmen.
Uitspuiten met de tuinslang haalt het losse vuil weg, maar niet de vetlaag die zich in de nerven van het plastic heeft vastgezet. Laten reinigen van je containers is dan de grondigste route, omdat een professionele reiniging met heet water en hoge druk ook onder de rand en in het deksel komt. Doe dat het liefst kort na een ophaalronde, wanneer de bak leeg is en je hem daarna een dag kunt laten drogen. Wie dit eens per seizoen laat doen, merkt dat de geur die vliegen aantrekt grotendeels verdwijnt.
Zitten de maden er al in, strooi dan een dikke laag zout of kalk over het afval en zet de bak twee dagen dicht in de zon. De larven drogen uit en de eitjes die er nog liggen komen niet meer tot ontwikkeling. Leer meer over maden in je kliko's als je precies wilt weten hoe die levenscyclus verloopt, want met dat inzicht kies je veel makkelijker het juiste moment om in te grijpen.
Zodra je de bodem droog houdt, de bak uit de zon zet en de sterkste geurbronnen apart verpakt, verandert je container van een ideale broedplaats in een plek waar een vlieg weinig te zoeken heeft. Het kost je een paar minuten per week en een grondige beurt aan het begin van het seizoen. De rest van de zomer til je dat deksel weer op zonder je schouders op te trekken.