Vuur heeft lucht nodig, verse lucht.

Want in verse lucht zit zuurstof die reageert met de brandbare gassen uit het hout. Zonder lucht stikt het vuur.

Vuur zuigt ook lucht aan die het helemaal niet nodig heeft. Dat gebeurt vooral bij een open vuur, zoals een openhaard. Die overmatige hoeveelheid lucht die via de schoorsteen verdwijnt is ballastlucht en die koelt vooral. "Van voren verbrand, bevroren aan den achterkant", sprak men in den middeleeuwen als men voor de
openhaard stond. Bevroren van den achterkant door de langsstromende ballastlucht wat bij een openhaard wel 1000m3 per uur kan zijn.

Een vuur dat niet zo veel lucht verbruikt brandt in een kachel. Omdat een kachel dicht is en de luchttoevoer gedoseerd kan worden is maar 10m3 verse lucht nodig om 1kg hout te verbranden. Meestal is die hoeveelheid lucht er wel waar de kachel staat. Als het goed is tenminste, want wij, de stokers, hebben ook verse lucht nodig. Meer zelfs dan de kachel.

Een volwassen stoker heeft per uur ongeveer 30m3 verse lucht nodig. Dat komt door de CO2 die we uitademen die verdund moet worden. Je zou kunnen zeggen, als de stoker kan ademhalen, kan de kachel dat ook. Maar met bijna 1000m3 per uur, de openhaard niet persé. Van een openhaard is het luchtverbruik zo groot dat een aparte aanvoer noodzakelijk is. Tenzij je huis sinds de middeleeuwen niet is
verbouwd. Voor een kachel is een aparte aanvoer niet noodzakelijk, maar in sommige gevallen is het huis zo potdicht, dat een beetje extra lucht verstandig is. Speciaal daarvoor zijn de meeste kachels voorbereid op een eigen verse luchtvoorziening. Via een slang, rechtstreeks van buiten.

Zodat het vuur blijft branden.